fragment uit 'Verity'

Afbeelding invoegen
 
Hoofdstuk  21
 
Ze hadden net voor zonsondergang het anker uitgeworpen, maar het had nog een goed uur geduurd voordat de havenmeester van Nevis hen kwam inspecteren en toegang had verleend.
Ian was zo opgewonden dat hij erop gestaan had om zelf een riem in de sloep te bemannen en vaak haalde hij harder aan dan de matroos rechts van hem.
‘Kalm aan, kap’tein,’ zei McKay. Hij grijnsde in de donkere schaduw van de lamp die voorop omhoog werd gehouden. ‘Miss Banning is er heus wel, of het nu avond of ochtend is,’ voegde hij er nauwelijks hoorbaar aan toe.
‘Dat zeg jij,’ gromde Ian, die zich voorover boog en trok en voelde hoe elke spier in zijn buik en rug zich spande.
‘Waar zou ze heen moeten?’ plaagde McKay. ‘Het is een eiland.’
‘Het is een Banning. Die vrouwen zijn zonder hulp van een broer, vader of echtgenoot van Engeland naar Nevis gekomen. Met z’n drieën. Hoe weet jij zo zeker dat er niet een het eiland verlaat als ze daar zin in heeft?’
McKay was even stil. ‘Omdat haar zussen achterblijven?’
Daar moest Ian om glimlachen. ‘Ai. Dat zou de enigereden kunnen zijn.’
‘De enige?’
‘De enige. Geloof me, dit zijn geen gewone vrouwen.’
‘En één is ongewoner dan de andere?’
‘Dat vind ik wel, ja.’
‘Vandaar dat we van de Carolina’s tot Nevis zoveel zeil hebben gevoerd? En Hispaniola niet hebben aangedaan om te zien of we een deel van de paarden konden verkopen?’
‘Verity koopt elk paard dat we bij ons hebben,’ zei Ian geïrriteerd over het feit dat zijn stuurman aan zijn wijsheid twijfelde. ‘En zo niet, dan verkopen we de rest op Saint Kitts of Statia.’
Daar nam zijn stuurman genoegen mee. Ian wist nu in elk geval dat Michael niets liever deed dan zich voor de rebellen inzetten. En om dat te doen, hadden ze twee dingen nodig: Verity’s hulp en een bezoek aan Statia.
Niet dat hij zo met Michaels wensen bezig was. Nee, werkelijk, hij had het gevoel dat hij bijna uit zijn vel sprong, zo graag wilde hij Verity zien. Was ze nog wakker op dit uur? Zou ze het onbeleefd van hem vinden als hij onaangekondigd, na het donker bij haar aan zou kloppen? Misschien moest hij tot de ochtend wachten …
Maar dat leek hem vrijwel onmogelijk. Hij wist dat hij in afwachting van de zon waarschijnlijk geen oog dicht zou doen. Hij kon beter een ongepaste fout maken dan voor de dageraad gek worden, peinsde hij. Iets vertelde hem dat Verity het hem zou vergeven. En iets anders vertelde hem dat hij er zo snel mogelijk heen moest … zijn hart? Of was het de Almachtige?